Douro wijnstreek

Wie houdt er niet van wijn uit de Douro? Het is één van de meest fantastische wijnregio’s uit Europa, ja zelfs uit de wereld. De Douro-rivier slingert er door een heuvelachtig gebergte, rakelings langs de meest fantastische wijngaarden. De steile hellingen vragen om manuele pluk van de druiven. Een aangename warmte en een bodem van leisteen en graniet doet de rest. Hier vind je wijnen van de bovenste plank.

Wat een uniek terroir. De rivier heeft hier diepe ravijnen uitgesleten in het landschap.  De wijnranken plant men op de hellingen. Ze worden ondersteund door ouderwetse stenen muurtjes. Soms worden ze ook in eerder moderne terrassen aangeplant. De bodem is er arm en bevat veel leisteen. Het is een gesteente dat onder de grond gemakkelijk splijt in verschillende verticale lagen. Daardoor wortelen de wijnstokken diep in de bodem en geraken ze aan voldoende vocht.

Streng klimaat, laag rendement

Het strenge klimaat is er erg droog en heet in de zomer. Dit is het gebied van twee van de mooiste DOPs – DOP is het equivalent van de AOP in Frankrijk en de DOC in Italië – ter wereld: Douro voor stille wijn en Porto voor versterkte wijn. Ze overlappen elkaar in hetzelfde productiegebied.

De Douro is eigenlijk onderverdeeld in drie hoofdgebieden. In het westen ligt Baixo Corgo. Daar komen de meer eenvoudige Ruby’s en Tawny’s vandaan. Cima Corgo, nabij het dorp Pinhão, vormt verder landinwaarts het hart van het portogebied. Hier komen die mooie Vintage en Late Bottled Vintage Ports vandaan. De Douro Superior ligt tegen de Spaanse grens. Het is het grootste gebied, maar wordt het minst voor wijnbouw gebruikt.

Per hectare ligt de productie in de Douro erg laag: gemiddeld minder dan 30 hl/ha. Dat komt vooral door de oude wijnstokken met een lagere productie. En door de terrasbouw op de steile hellingen, die de toegankelijkheid bemoeilijkt. Maar laten al deze eigenschappen staan nu net garant voor meer kwaliteit in de wijn.

Terrasbouw in de Douro, een unieke wijnstreek.
Terrasbouw in de Douro. Op dergelijk terroir moet je wel manueel plukken. (c) Eddy De Neef.

Portwijnen

Historisch gezien in de Douro uiteraard gekend voor zijn portwijnen. Dat hebben we onder andere te danken aan een zekere Markies de Pombal (1699-1782). Als eerste minister ondernam hij als eerste in Europa een poging om de wijnkwaliteit te verbeteren. De aanleiding was het eerste wijnschandaal ter wereld. Profiteurs verkochten minderwaardige wijn, opgewaardeerd met vlierbessensap en suiker. Zo pakten ze grote winsten. Maar het deed geen goed aan het image van porto. De Markies probeerde daarop de wijnproductie te reguleren, installeerde staatsmonopolies en begrensde het gebied voor de productie van port. Het betekende het einde van het Engelse monopolie op de porthandel.

Die Port vindt zijn oorsprong in de bloeiende handel tussen Portugal en Engeland, die al in de 14de eeuw volop op gang kwam. In het begin werd eerder eenvoudige landwijn verscheept richting Engeland. In de 15e eeuw vielen de wijnen, geproduceerd verderop stroomopwaarts op de Douro, meer in de smaak bij de Engelsen. Ze waren astringenter dan de wat vlakke wijnen van de Portugese kustgebieden. De zeevaarders voegden wel een beetje brandy toe aan de wijn. Zo kwam die het transport beter door. De versterkte portwijn werd geboren.

Vanaf 1730 begon met in het Douro-gebied met het aanleggen van de welbekende terrassen. Dat was het gevolg van de grote expansie van deze wijnregio.

Touriga Nacional: de koninginnendruif van Portugal

In de Douro vinden we dus een keur aan inheemse druivenrassen. Uit opgravingen is gebleken dat in deze regio al in het bronzen tijdperk drank (3000 tot 800 jaar voor Christus) werd geproduceerd op basis van druiven. Nadien droegen de Feniciërs, de oude Grieken en de Romeinen bij aan de verdere ontwikkeling van de wijnbouw.

Het druivenras Touriga Nacional is het hoofdingrediënt voor de wijn uit de Douro, zowel voor portwijnen als voor stille rode wijnen. Die Touriga Nacional zorgt voor heel intense en geconcentreerde wijnen. Ze bevatten veel tannines. Het is zowat de Cabernet Sauvignon van Portugal.

Men gebruikt natuurlijk ook nog andere druiven voor de productie van port. Er groeien heel wat verschillende originele druivenrassen in de Douro. De belangrijkste voor rode port zijn Tinta Roriz (eigenlijk Tempranillo), Tinta Barroca, Tinta Cão en Touriga Franca. Voor witte port zijn dat Sercial, Folgasão, Verdelho, Malvasia, Viosinho, Roupeiro, Gouveio en Rabigato. Het zijn onbekende namen die meer erkenning verdienen.

Blenden: de sleutel tot succes?

Hoeveel druivenrassen er uiteindelijk in de Douro streek groeien, dat weet niemand. Het zijn er vele tientallen. Net zoals in de rest van Europa, vernietigde de druifluis aan het eind van de 19e eeuw de meeste wijngaarden. De druivenrassen werden opnieuw aangeplant, vaak kriskras door elkaar. Is de speciale mix van druiven de sleutel tot topkwaliteit? In ieder geval: de vijf druivensoorten waar men port van maakt, komen toevallig ook het meeste voor in de Douro.

Tussen traditie en moderniteit

Tja, de laatste decennia drinkt de consument minder zoete port. De laatste jaren moderniseren de wijnhuizen in de Douro dan ook in snel tempo. De producenten schakelen meer en meer over op de productie van stille kwaliteitswijn. Je vindt er echte pareltjes tussen. Geef als consument eens een paar euro meer uit. In het prijssegment tussen 10 en 15 euro zit gewoon heel mooie kwaliteit. De quintas – private wijnhuizen – leveren voor die prijs handmatig geselecteerde druiven met een mooie rijping op houten vaten. Quinta do Noval bijvoorbeeld is een wijnhuis dat kwaliteitsport maakt, maar ook uitstekende rode wijn.

Droge rode wijn uit de Douro is behoorlijk stevig. Volwaardige zuren, aanwezige tannines en rijp fruit. Het gaat er hand in hand met een flinke dosis kruidigheid. Is de wijn houtgerijpt, dan bevat die ook aroma’s van vanille en cederhout. De betere exemplaren vangen perfect de mineraliteit van het unieke terroir. De witte stille wijnen zijn verrassend fris, aromatisch en soepel. Het zijn meestal blends van verschillende druiven: mooi in balans en met een redelijk alcoholgehalte.

Hoe maakt men Port?

Porto is versterkte wijn. Tijdens de gisting voegt men wijnalcohol toe, ongeveer een slordige 10% per volume. Daardoor stopt de gisting en bevat de wijn dus nog een deel van de natuurlijke suikers in de druif. Port rijpt op houten vaten van verschillende groottes. Pipas bijvoorbeeld zijn vaten van 630 liter. In vochtige kelders, ver weg van de hitte, vindt die rijping plaats.

Er zijn verschillende types port, afhankelijk dan de methode en de rijpingsduur.

Ruby Port is jonge port. Hij heeft een frisse robijnrode kleur. Deze fruitige en kruidige wijn rijpt minder lang op hout. De aroma’s van rood en zwart fruit zijn eerder overweldigend. Ruby Port bevat jonge tannines en komt daardoor nogal krachtig over.

Tawny Port is mooi verouderde port dankzij een lange rijping op hout. Dat zorgt voor een gecontroleerde oxidatieperiode. Daardoor is de wijn eerdere granaatkleurig rood. De tertiaire aroma’s zoals koffie, noten en gedroogde vruchten zijn zeker van de partij. Een gewone Tawny is minimaal drie jaar gerijpt op hout, een Tawny Reserve zeven jaar. Er zijn ook Tawny’s met een specifieke leeftijdsaanduiding: tien, twintig, dertig of veertig jaar oud.

Een Colheita is eigenlijk een Tawny Millésimé. Hij is gemaakt met druiven van één oogstjaar.

Dan is er nog de Late Bottled Vintage (LBV). Die is gemaakt van één oogstjaar en wordt vier à zes jaar na de pluk gebotteld. Dat geeft een redelijk soepele porto als resultaat.

En last but not least is er de Vintage portwijn. Die portwijn is dus ook een millésimé, gemaakt in een uitstekend oogstjaar. Hij wordt twee à drie jaar na de pluk gebotteld. Een Vintage portwijn heeft een bewaarpotentieel van meerdere decennia, dankzij zijn intensiteit en stevige tanninestructuur.

Tabel: Serveertemperatuur en bewaartermijn van Port

Type Porto Serveertemperatuur Bewaartermijn (ongeopend)
Ruby 12 à 16°C Op dronk
Tawny 12 à 16°C Op dronk
Tawny 10, 20, 30, 40 jaar 12 à 16°C Op dronk/beperkt bewaren
Colheita (1 oogstjaar) 12 à 16°C Op dronk
Vintage (1 oogstjaar) 12 à 14°C 10 à 20 jaar of meer
Late Bottled Vintage (1 oogstjaar) 16 à 18°C Op dronk/enkele jaren
White 6 à 10°C Op dronk
Rosé 8 à 10°C Op dronk

Eénmaal geopend kan je de meeste Port 3 à 4 weken bewaren. Doe dit dan wel in de koelkast. De lage temperatuur vertraagt het oxidatieproces. Tawny & Colheita kan je wel wat langer bewaren. Vintage Port kan je maar enkele dagen bewaren.

Foto: Eddy De Neef (c)


Link naar geraadpleegde bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.